Houd de score bij voor maximaal 10 spelers
Sjoelen wordt gespeeld op een houten sjoelbak van 2 meter lang. Aan het einde bevinden zich vier poortjes met de volgende puntwaarden (van links naar rechts):
Elke speler heeft 30 schijven en mag deze in 3 onderbeurten over de bak schuiven. Na elke onderbeurt worden de schijven die niet in een poortje zijn beland teruggegeven voor de volgende onderbeurt.
De puntentelling werkt als volgt: eerst tel je hoeveel complete sets er zijn — dat is het aantal schijven dat in alle vier vakjes zit. Elke complete set levert 20 punten op (in plaats van de gewone 1+2+3+4 = 10). De overige losse schijven tellen gewoon voor hun eigen puntenwaarde.
| In elk vak | Sets | Punten |
|---|---|---|
| 1 schijf | 1× | 20 pnt |
| 2 schijven | 2× | 40 pnt |
| 3 schijven | 3× | 60 pnt |
| 4 schijven | 4× | 80 pnt |
| 5 schijven | 5× | 100 pnt |
| 7 schijven | 7× | 140 pnt |
Voorbeeld: In elk vak 4 schijven, plus 1 extra in het 4-puntsvak = 4×20 + 4 = 84 punten.
Met 30 schijven is de maximale score 148 punten: 7 complete sets (7×20 = 140) plus de 2 resterende schijven beide in het 4-puntsvak (2×4 = 8).
Bij recreatief sjoelen wordt van deze regels vaak afgeweken. Spreek vooraf af welke regels jullie hanteren.
Haalt een speler 148 punten in twee onderbeurten, dan krijgt hij één extra schijf terug. Lukt het in één onderbeurt, dan krijgt hij twee keer één schijf terug. Dit levert maximaal 8 bonuspunten op (totaal: 156 punten).